Logo SBSO
Banner
Dagkrant
Baken Homepage - Speciale Data - Foto's - In De Kijker
Voorwoord
Onze School
Ons team
GON
CLB
Fotos
Links


  • Wat is GON?omhoog

GON staat voor Geïntegreerd ONderwijs en is een samenwerkingsvorm tussen het gewoon en buitengewoon onderwijs. Het biedt ondersteuning aan jongeren met een beperking en aan hun leerkrachten binnen het gewoon onderwijs. Deze ondersteuning heeft als doel de slaagkansen van deze leerlingen in het gewoon onderwijs te vergroten. De ondersteuning wordt geboden door medewerkers van het buitengewoon onderwijs.
Voor onze dienst betekent dit dat GON voornamelijk de kans biedt aan jongeren met een autismespectrumstoornis (ASS) om in het gewone onderwijs te volgen mits extra ondersteuning en begeleiding vanuit SBSO Baken. Ook jongeren met een andere beperking kunnen afhankelijk van de problematiek in aanmerking komen voor GON-begeleiding vanuit SBSO Baken.
Vanuit SBSO Baken begeleiden wij momenteel een 20-tal jongeren in het kader van geïntegreerd onderwijs. Onze GON-dienst werkt regio- en netoverschrijdend.

  • Welke leerlingen komen in aanmerking?omhoog

    Een GON-begeleiding is een beslissing van verschillende partijen:
  • Ouder(s) en leerling
  • De school van de leerling (gastschool)
  • De dienstverlenende school (SBSO Baken)
  • Het CLB  van de gastschool
  • Het CLB van de dienstverlenende school (bij overgang van het BuSo naar het SO)

Algemeen kan vanuit SBSO Baken voor leerlingen met volgende attesten GON gerealiseerd worden:

  • type 3: onderwijs aangepast aan kinderen en jongeren met ernstige emotionele of gedragsproblemen
  •  type 4: onderwijs aangepast aan kinderen en jongeren met een lichamelijke beperking
  •  type 6: onderwijs aangepast aan kinderen en jongeren met een visuele beperking
  •  type 7: onderwijs aangepast aan kinderen en jongeren met een auditieve beperking

Bij een attest type 3 moet de leerling eerst 9 maanden buitengewoon onderwijs gevolgd hebben vooraleer er GON kan georganiseerd worden in het gewoon onderwijs.

SBSO Baken kan aan leerlingen met een attest type 6 of type 7 GON-begeleiding aanbieden wanneer dit gerelateerd is aan een autismespectrumstoornis. Leerlingen met de diagnose ASS zullen vanuit het CLB een attest type 7 krijgen.

Naargelang het type en de ernst van de beperking hebben de leerlingen verschillende rechten.

Types

Ernst

Recht

Aantal uren

Type 3

 

Recht op 1 jaar begeleiding in het kleuter onderwijs.
Recht op 1 jaar begeleiding in het lager onderwijs.
Recht op 1 jaar begeleiding in het secundair onderwijs.

2u/per week

Type 4

Matig

Recht op begeleiding gans het kleuteronderwijs.
Recht op 2 jaar begeleiding in het lager onderwijs.
Recht op 2 jaar begeleiding in het secundair onderwijs.
Recht op 2 jaar begeleiding in het hoger onderwijs (buiten universiteit).

2u/per week

Type 4

Ernstig

Elk jaar.

2u/per week

 

Type 6
Type 7

Matig

Recht op begeleiding gans het kleuteronderwijs.
Recht op 2 jaar begeleiding in het lager onderwijs.
Recht op 2 jaar begeleiding in het secundair onderwijs.
Recht op 2 jaar begeleiding in het hoger onderwijs (buiten universiteit).

2u/per week

Ernstig

Elk jaar.

4u/per week

Nota: het attest type ernstig wordt sinds 2006 niet meer uitgeschreven (regeringsmaatregel)

Leerlingen kunnen GON-begeleiding aanvragen bij onze school wanneer er aan volgende voorwaarden voldaan is:

  • Er is een diagnose autismespectrumstoornis of een andere beperking gesteld door een multidisciplinair team.
  • Er is een verslag door een (jeugd)psychiater opgemaakt.
  • Er is een inschrijvingsverslag en een attest opgemaakt door het CLB.
  • Er is een mogelijkheid tot integratie.
  • Er is bereidheid tot samenwerking van de gastschool, de ouders en de leerling.
  • Inhoudelijkomhoog

Inhoudelijk verschilt elke begeleiding, afhankelijk van de noden van de leerling. Gon-begeleiding is maatwerk maar bepaalde grenzen moeten daarbij in acht worden genomen. GON-begeleiding mag niet verward worden met thuisbegeleiding, bijles, logopedische of andere therapie. Voor elke leerling wordt een individueel handelingsplan opgemaakt waarin een aantal werkpunten worden geformuleerd. Het handelingsplan wordt steeds bijgestuurd naargelang de prioriteiten voor de school, de leerling en voor de ouders.

De GON-begeleiding heeft drie grote pijlers.

Hulp aan de leerling:

  • Sociaalemotionele ondersteuning: welbevinden, sociale vaardigheden, vriendschap, zelfredzaamheid, assertiviteit, zelfbeeld, aanvaarding van de diagnose,…
  • Communicatie: hulp vragen, gesprek aangaan,…
  • Leerhouding en werkgedrag: leermethodes, studiemotivatie, huiswerkplanning, examenplanning, organisatie,concentratie,…
  • Schoolse vaardigheden
  • Begeleiding bij gedrag: gedragsproblemen bespreken, waarden en normen aanbrengen,…

Hulp aan de leerkracht en het team:

  • Bijwonen klassenraden indien nodig: informeren over autisme, info verzamelen over het functioneren van de leerling,…
  • Info aan leerkrachten rond de specifieke problematiek
  • Praktische tips: plaats in de klas, …
  • Uitwerken van hulpmiddelen: stappenplannen,…
  • Ondersteuning klaswerking: uitwerken buddysysteem,klasobservaties,…

Hulp aan het gezin:

  • Doorgeven van informatie
  • Praktisch tips
  • Brug tussen jongere, school  & thuis

Eventueel kunnen ook andere diensten die met de leerling werken, uitgenodigd worden tijdens een evaluatiemoment. Het is immers aangewezen dat iedereen op hetzelfde spoor zit bij de aanpak van problemen. Er is nood aan duidelijke afspraken in verband met taakverdeling.

  • Hoe GON aanvragen?omhoog

Indien u als ouder een GON-begeleiding wenst aan te vragen dient u zich te richten tot het CLB van de school van uw dochter of zoon. Het CLB meldt de leerling aan bij SBSO Baken via de coördinator van het GON-team. De leerling wordt best aangemeld voor het einde van het schooljaar voorafgaand aan het startjaar.

Het GON-team van SBSO Baken bekijkt of de GON-begeleiding kan opgestart worden. Dit is afhankelijk van de problematiek van de leerling, de expertise van de GON-werking en de vestigingsplaats van de school. Jongeren met een autismespectrumstoornis krijgen voorrang. Dit omdat onze school gespecialiseerd is in autisme en aanverwante stoornissen.

Geen enkel gedrag is typisch autistisch. Niet alle mensen met autisme gedragen zich identiek. Zo zijn er mensen met autisme die anderen niet aankijken tijdens een gesprek. Maar bepaalde mensen met autisme doen dat wel. Sterker nog: sommige autistische kenmerken komen ook voor bij mensen zonder autisme. Wat mensen met autisme onderscheidt van mensen zonder autisme is niet zozeer hun gedrag, maar de wijze waarop ze waarnemen en denken.
 

Cartoon © Wij

  • GON in de praktijkomhoog

1. Startvergadering & Integratieplan

De begeleiding start met het opmaken van een integratieplan. De opmaak van het integratieplan gebeurt tijdens de startvergadering. Ouders, CLB van de gastschool, GON-begeleider en directie van de gastschool zijn daarbij aanwezig. Eventueel aangevuld met een leerkracht en/of de leerling zelf. De leerling heeft vanaf 18 jaar het recht om deze gesprekken bij te wonen, maar dit kan in samenspraak ook vroeger. In het integratieplan worden de doelstellingen van de begeleiding beschreven evenals de manier waarop de begeleiding zal gebeuren. Er worden ook praktische afspraken op papier gezet in verband met het moment van begeleiding en momenten van overleg en evaluatie. Alle betrokkenen krijgen een exemplaar van het integratieplan.

Tijdens de startvergadering komen volgende vragen aan bod:

  • Welke zaken verlopen moeilijker omwille van de beperking?
  • Welke hulpmiddelen kunnen ingeschakeld worden?
  • Zal er op een andere manier moeten geëvalueerd worden?
  • Hoe zijn de sociale vaardigheden van de jongere?
  • Welke afspraken moeten gemaakt worden met het leerkrachtenteam?

De helft van alle mensen met autisme heeft ook een verstandelijke beperking. De andere helft is normaal begaafd. Een kleine minderheid is hoog begaafd.
 

2. Wanneer & Hoe?

De GON-begeleiding gebeurt in principe tijdens of vlak na schooltijd. Deze begeleiding verloopt hoofdzakelijk individueel maar kan ook klasondersteunend. Voorbeelden van een klasondersteunende aanpak zijn: het uitleggen van de betekenis van autisme aan de klasgenoten van de GON-leerling via didactisch materiaal, klasobservaties,…  De gastschool zet een lokaaltje ter beschikking van de GON-begeleider.

3. Evaluatie

Twee keer per jaar wordt de begeleiding geëvalueerd. Bij deze evaluaties zijn GON-begeleider, directie van de gastschool, ouders & CLB aanwezig, eventueel ook de klastitularis van de leerling. Het CLB treedt op als bewaker van het proces. De GON-begeleider neemt het initiatief tot het samenbrengen van de verschillende betrokkenen.

  • Wat na een jaartje GON?omhoog

Tijdens elke evaluatievergadering wordt samen met alle betrokkenen bekeken of de GON-begeleiding nog steeds een meerwaarde is voor de leerling.

Er bestaan een aantal opties:

  • Verlenging: de leerling krijgt het daaropvolgende schooljaar opnieuw GON-begeleiding.
  • Uitstel: de leerling neemt zijn volgend jaar GON-begeleiding pas op in een later schooljaar.
  • Stop: de leerling heeft geen recht meer op GON-begeleiding.
  • Doorverwijzing: integratie in het gewoon onderwijs is voor de leerling niet langer een meerwaarde. De leerling wordt doorverwezen naar het buitengewoon onderwijs of een andere instantie
  • Ons Teamomhoog

Het GON-team van onze school is gespecialiseerd in autisme en aanverwante stoornissen. SBSO Baken is als pilootschool voor autisme erkend binnen het Gemeenschapsonderwijs.

We streven ernaar dat onze GON-begeleiders de link behouden met de school. De meeste GON-begeleiders zijn nog steeds leerkracht op de school. Daardoor blijft onze werking kleinschalig en  hebben de GON-begeleiders ervaring in het werken met leerlingen met autisme. Er wordt ook veel belang gehecht aan bijscholing met betrekking tot autisme en GON-begeleiding.

Het GON- team komt om de twee weken samen, onder leiding van de coördinator, om informatie uit te wisselen, de lopende begeleidingen te bespreken en voor intervisie. Op SBSO Baken is er een materialenbank met achtergrondliteratuur en praktisch bruikbaar materiaal aanwezig.

In SBSO Baken werken dit jaar zes mensen als GON-begeleider. We stellen ze even aan u voor:

  • Fannie Braeckman
  • Veerle De Keyser
  • Tinneke Van Akoleyen
  • Chris Van Avermaet
  • Veronique Ingels
  • Veerle Van Belle

De coördinatie en administratie van de begeleidingen gebeurt door Fannie Braeckman. De coördinator is het aanspreekpunt voor scholen, CLB’s en ouders die met hun vragen of problemen niet terecht kunnen bij de GON-begeleider.

Mensen met autisme stellen het erg op prijs als je duidelijk bent. Zeg wat je te zeggen hebt en laat niets tussen de regels, zoals ze dat zelf ook niet doen.
 

Cartoon © Wij

Contactgegevensomhoog

Fannie Braeckman
SBSO Baken
Bellestraat 89
9100 Sint-Niklaas
03/760 11 51
gon@sbsobaken.net

  • Getuigenissenomhoog
  • Een GON-begeleider vertelt

Als GON-begeleidster zie ik een jongere elke week op een vast moment. Soms gebeurt een begeleiding individueel maar soms ga ik met de jongeren ook mee in de klas. Dit is een keuze die gemaakt wordt in het begin van het schooljaar in samenspraak met de leerlingenbegeleider, de leerkracht, de ouders en de jongere zelf.

Ik kan best begrijpen dat een jongere het niet ziet zitten om samen met de GON-begeleidster door de klas te wandelen zodat iedereen kan zien dat hij hulp nodig heeft. Anderzijds kan het voor mij best leuk zijn om in de klas te komen. Ik zie dan wie de klasgenoten zijn en hoe ze omgaan met de jongere die ik begeleid. Meestal vindt de jongere die wekelijkse afspraak wel leuk; zo wordt het uurtje GON wel eens het “babbeluurtje” genoemd.

Maar GON is natuurlijk veel meer dan een “babbeluurtje”. Ik tracht de jongere te laten voelen dat hij bij mij mag zijn wie hij is. Hij hoeft zijn tics niet verbergen of het is helemaal niet erg wanneer er een lange stilte valt omdat hij niet weet wat te zeggen of gewoon geen zin heeft om iets te vertellen. Ik vind het heel belangrijk dat ik elke week opnieuw eens luister naar de jongere. “Hoe is het de afgelopen week geweest in de klas? Hoe was je weekend? Valt die busrit naar huis nu een beetje mee?...” Het welbevinden van deze leerlingen in de gaten houden vind ik heel belangrijk. Ze zijn soms vlugger een slachtoffer van pesterijen. Al moet ik eerlijk zeggen dat sommige vriendschappen in de klas echt goed zitten. Ik ben blij om te horen dat een medeleerling die voorop zit met zijn taak spontaan de jongere helpt. Ik vind het ook prachtig dat ze elkaar “supplyen in games” zoals ze dit dan zelf noemen. Maar er wordt dus meer gedaan dan enkel babbelen. Zo kijk ik met één van mijn GON-leerlingen wekelijks de agenda na om na te gaan of alles wel voldoende gestructureerd en ingevuld is. Ook het opvolgen van schoolse resultaten is één van mijn taken. “ Waarom is die toets niet gelukt? Zal ik even contact opnemen met die leerkracht?,…” Soms zijn er ook specifieke vragen van de jongeren zoals het thema relaties en sexualiteit opnemen of werken rond sociale vaardigheden: “Hoe ga ik een gesprek aan met iemand die ik nog niet zo goed ken?” Ook het contact met de ouders en de leerlingenbegeleider zijn belangrijk. De ouders kennen de jongere al het langst en zij weten ook het best wat er in hen omgaat. De leerlingenbegeleider heeft vaak een concreter zicht op waar het in de lessen goed loopt of waar de struikelblokken zitten. Het zijn die struikelblokken waar een GON-begeleider kan aan werken.

Tot slot vind ik het belangrijk om mee te geven dat een GON-project pas kan slagen wanneer iedereen zijn steentje bijdraagt. Het is aan de GON-begeleider om samen met de jongeren met die berg steentjes iets moois te maken.
  • Een jongere vertelt…omhoog

(namen en details zijn omwille van privacy redenen aangepast)

Ik ben een jongeman van 14 jaar. Ik krijg GON-begeleiding.
De GON-begeleidster maakt met mij schema's om te studeren en  ik kan ermee praten als er iets is. Zij helpt je als je problemen hebt op school, thuis,... Het leuke is dat je geholpen wordt en het minder leuke is dat je niet in de refter kunt eten (niet dat ik dat erg vind hoor). Sommige leerlingen reageren omdat ik niet in de refter eet en sommige niet. De meeste leerlingen weten niet dat ik autisme heb. Er zijn een paar leerlingen in de klas die mij helpen.De meeste leerkrachten kennen mijn probleem. De leerkrachten passen soms dingen aan voor mij: zo mag ik mij nu in een andere kleedkamer omkleden.

Ik ben een jongeman van 15 jaar en ik krijg GON. Dit vind ik heel leuk. Ik krijg GON-begeleiding omdat ik autisme heb, maar de GON-begeleidster begrijpt mij. We doen samen veel toffe dingen. Vroeger moest ik tijdens de les naar GON. Maar nu kan ik tijdens de middag, zodat ik geen lessen mis. De school en de leerkrachten weten dat ik autisme heb, de meeste leerkrachten behandelen mij gewoon. Mijn vrienden doen ook gewoon tegen mij. Ze houden er rekening mee door het mij te zeggen als ik iets verkeerd doe.

Ik ben T. en krijg GON begeleiding. Wij praten over de school en thuis. Ik heb dan een uur geen godsdienst. Tijdens het praten brengen we ook zaken in orde of bereiden we al eens een spreekbeurt voor. Ik vind het tof dat ik een les godsdienst mis en wat kan praten. Ik kan niets ‘minder’ leuk bedenken aan de GON. De medeleerlingen stellen geen vragen over het waarom ik niet in de les was. Met geen enkele leerkracht heb ik een goede of persoonlijke relatie, ik vind dit ook niet nodig. Ik denk wel dat de leerkrachten weten dat ik ASS heb, maar zeker weet ik dit niet. Leerkrachten doen niet anders tegen mij dan tegen de andere leerlingen, ze passen niets aan, maar dat moet ook niet. Met de helft van mijn medeleerlingen heb ik een vriendschapsrelatie en de anderen vind ik onnozelaars, kleine kinderen en daar wil ik niets mee te maken hebben. Mijn medeleerlingen hebben geen weet van mijn ASS en dat moet zo blijven.

Ik ben S. en krijg GON begeleiding. De begeleider helpt mij met structuur te geven in mapjes en agenda en met de leerstof beter te verwerken. Ik krijg GON in het 8ste lesuur en vind het wel fijn dat iemand met mij begaan is. Ik vind dat de begeleiding heel vriendelijk is en echt kan luisteren i.p.v. enkel ja te knikken. Minder leuk vind ik, dat ik langer dan de anderen op school moet blijven. Ik mis geen lessen omdat het GON uur een extra lesuur is na schooltijd. Vorig schooljaar moest ik wel naar de GON tijdens een lesuur en toen reageerden mijn klasgenoten er niet echt op. Ik denk dat ze dit weten en het normaal vinden. Ik heb ook een goede relatie met de leerkrachten en werk niet tegen.
De meeste leerkrachten weten ook dat ik ASS heb, zeker 3 en ook de graadcoördinator. Ze passen niets aan voor mij, maar dit is ook niet nodig vind ik. Met mijn medeleerlingen heb ik wel een goede relatie, ik ondervind geen hinder of negativiteit. Zij weten ook dat ik ASS heb maar stellen daar geen vragen over.
  • Een ouder vertelt…omhoog

Ik ben mama van L. Hij volgt de richting elektriciteit in het beroepsonderwijs.
De diagnose van autisme spectrumstoornis (ASS) werd bij hem op 14-jarige leeftijd gesteld. Bij de diagnosebespreking boden zij ons  mogelijkheden aan om thuis en via school hem zo goed mogelijk verder te begeleiden. Zo werd de thuisbegeleiding opgestart voor het gezin, gesprekken bij de psychiater en sociaal assistente en werd er een aanvraag ingediend om de GON-begeleiding op school op te starten.

Dit schooljaar krijgt mijn zoon voor het 3e jaar GON-begeleiding.  Zonder  deze begeleiding was hij zeker de vorige jaren niet geslaagd. De GON-begeleiding betekent voor mij een zeer grote steun, ook als ouder tegenover de school. De GON-begeleidster is als het ware de stem van het kind en maakt zowel aan de ouder als aan de leerkracht duidelijk hoe zij denken, hoe zij alles ervaren en beleven in hun eigen wereldje zodat we hen beter kunnen begrijpen en helpen.

Als ouder ondervind ik dat de GON-begeleidster een positieve invloed op hem heeft om hem aan te moedigen qua schoolse prestaties, om naar zijn verhaal te luisteren, om hem te laten begrijpen hoe de wereld in elkaar zit en hoe wij denken…

Door de regelmatige communicatie tussen de GON-begeleidster en mezelf, de GON-begeleidster en de leerkracht, de overlegvergaderingen is er een goed inzicht in de schoolse prestatie, hoe hij zich voelt en kan er tijdig bijgestuurd worden indien nodig.

Er  is een goede relatie met de GON-begeleidster. Zij is een grote steun, zij maakt ASS begrijpbaar, zij begrijpt ook hoe het is om te leven met een kind met deze beperking, zij is een grote steun en betekent veel voor me.
Door deze begeleiding werd het mogelijk om zijn school af te maken, hem voor te bereiden om te gaan werken, …..

Kortom zij is een onmisbare schakel tussen het kind met ASS en de ouder en tussen het kind en de school.

De GON-begeleiding is voor ons een hele steun in relatie tot de school en thuis. Zeker voor onze zoon was GON zeer belangrijk Hij was reeds 12 jaar toen bij hem het Syndroom van Asperger werd vastgesteld. Het contact met de GON-begeleidster was voor ons een hele verademing. Samen oplossingen zoeken en ideeën uitwisselen want voor elk kind is dit toch anders omdat zij elk hun eigen persoonlijkheid hebben en hun eigen behoeften.

Ook de leerkrachten ging steeds te rade bij de GON-begeleidsters en dat heeft geresulteerd in een zeer goede samenwerking tussen school en thuis.

Momenteel heeft mijn ander kind nog steeds GON-begeleiding. Toen bij hem eveneens een autismestoornis werd vastgesteld, moesten wij als ouders van nul beginnen. Wij moesten onze kinderen opnieuw leren kennen en daar heeft de GON ons zeker bij geholpen. Met enige trots mag ik dan ook wel zeggen dat F momenteel journalistiek studeert en J in het tweede jaar sportschool zit. We komen van héél ver maar ze hebben het gehaald en wij zien de toekomst dan ook heel positief tegemoet. Onze jongens komen er wel, elk op hun eigen, unieke manier en daar kan ik de GON-begeleiding alleen maar dankbaar voor zijn.
Bedankt aan het hele team !

Mijn naam is K en ik heb een zoon van 16. Hij krijgt nu al 2 jaar GON-begeleiding. Op de secundaire school waar hij gaat is hij heel goed opgevangen. Hij zit nu in zijn 4de jaar. Vooral dankzij de GON-begeleidster, de leerlingenbegeleidster van de school en het revalidatiecentrum. K gaat 1 x per week naar de GON voor telkens 1 uur. Wanneer hij naar het reva moet dan gaat hij 30 min.
Hij wordt door de GON-begeleidster  goed opgevolgd, vooral voor het bijhouden van zijn agenda en notities. Ook als er zich problemen voordoen dan wordt dat nu veel sneller besproken met hemzelf en de leerkrachten. De GON-begeleidster is voor K en voor ons een supertoffe en ze doet haar werk keigoed. Op school gaat nu alles goed, ook de leerkrachten zijn goed ingelicht over K zijn problematiek en voor DIE  leerkrachten…petje af, daar hebben wij echt respect voor. Op school komen we nu zo 3 x per jaar samen en daar zijn wij zeer tevreden van, er zijn nog weinig problemen. Op zijn vorige school was hij “de schrik van ‘t school “en nu is hij soms den beste van zijn klas en heeft nu ook echte vrienden. Wat een school toch kan betekenen hé.

Ik ben sociaal verpleegster in een type 1 school. Mijn zoon A zit in het vierde secundair. Hij zou volgend jaar graag wetenschappen wiskunde volgen. A heeft de diagnose "Asperger- syndroom”, is redelijk goed begaafd en heeft ook ADHD. Hij wordt in de school begeleid door de GON-begeleidster en dit is voor ons een heel  belangrijke schakel tussen school en thuis.  Wij hebben regelmatig overleg en hier wordt duidelijk afgesproken waar rond gewerkt kan/zal worden: vrienden, vertrouwensleerkracht, leerstof, plannen, organiseren, schematiseren, en ook heel belangrijk hoe voelt mijn zoon zich op school.  Omwille van zijn diagnose weten we heel weinig van het schoolse gebeuren via hemzelf, de GON-begeleidster is hiervoor een belangrijke tussenpersoon (TOLK).  Persoonlijk vind ik het heel spijtig dat A slechts 2 jaar zal begeleid worden. Hij blijft zijn leven lang autisme hebben. Kinderen met deze diagnose zouden eigenlijk gedurende heel hun schoolloopbaan deze wekelijkse schoolse begeleiding moeten kunnen krijgen.

Ik ben vader van K krijgt voor zijn slecht zicht en ASS GON begeleiding. De GON begeleiding heeft hem veel geholpen op vele vlakken en dat betekent ook veel voor ons als ouders. Zij hebben hem goed geholpen voor zijn mondelinge opdrachten op school en zijn papieren te organiseren. Ik vind het aangenaam dat we de begeleiders altijd kunnen vragen voor hulp als we hulp nodig hebben. Er zijn geen onaangename aspecten met de GON-begeleiding. Er is een goede relatie met de school en de begeleiders. Wij zijn heel dankbaar voor de goede samenwerking en de inzet van de GON begeleiders. 

Dank u wel GON!
  • Een school vertelt…omhoog

Getuigenis van een graadcoördinator 2e graad
Leerling met GON = leerling met autisme
GON = socio-emotionele begeleiding en administratieve ondersteuning voor de leerling
Het is voor hen onder andere een uurtje "loslaten van".

Zowel het socio-emotionele als de praktische ondersteuning zijn zéér waardevol. De GON-begeleider is voor vele leerlingen een vertrouwenspersoon bij wie ze terecht kunnen met hun problemen. Zij of hij helpt hen dikwijls ook in het aanvaardingsproces, wat niet altijd gemakkelijk is. De GON- begeleider is ook tussenpersoon : tussen ouders en school / leerkrachten. Het is belangrijk dat zoveel mogelijk info doorgespeeld worden naar alle betrokken partijen om op die manier de leerlingen zo goed mogelijk te begeleiden.

Onze school kent een jarenlange traditie om naast valide leerlingen jongeren met autismespectrumstoornis en/of tieners met fysieke beperkingen ten gevolge van een hersenletsel op te leiden en te onderwijzen. Binnen het regulier onderwijs is de opvang en begeleiding van deze jonge mensen ondenkbaar zonder de steun van een GON-begeleider. Het aantal GON-uren (vastgeroosterd in overleg met het schoolteam bij aanvang van het schooljaar) is vaak ontoereikend om de broodnodige structuur, ondersteuning en zorg te geven aan deze leerlingen. De individuele noden van elke GON-leerling zijn erg verschillend. Zij worden op klassenraden en tussentijdse evaluatie bijgestuurd in overleg met de leerling, de ouders, het schoolteam, het CLB en de GON-begeleiding. Frustrerend is het feit dat deze ondersteuning vaak onderbroken wordt omdat de uren maar worden toegekend voor twee of drie schooljaren en niet voor de duur van de volledige schoolloopbaan doorheen de 6 of 7- jarige structuur van het secundair onderwijs. Sommige leerlingen die de nodige zorg moeten ontberen omdat er een hiaat valt in de zorgbegeleiding komen zo in vrije val. Hun schoolprestaties gaan achteruit en het vaak moeizaam opgebouwde zelfvertrouwen krijgt een klap. Wij pleiten ervoor GON-uren toe te kennen voor de hele schoolloopbaan om de continuïteit te verzekeren. We hoeden ons wel om aan elke leerling met extra zorg te beloven dat hierin alle heil schuilt want inzet moet van alle kanten komen maar mét ondersteuning van een GON-begeleider/begeleidster heeft onze ‘ zorgleerling’ duidelijk meer kansen!

Katrien Maes,
Leerlingenbegeleidster KA Sint- Niklaas
Bekijk de afbeelding op ware grootte Autisme Centraal http://www.autismecentraal.com